vrijdag 25 december 2015

Hier, waar wij wonen


Mijn God, ik wist niet wat het was:
een handvol bittere en lieflijke
werkelijkheid, een handvol liefde:
een lichaam dat breekt met het breken van het licht.

Dat mijn vingers haar lichaam tekenen,
op zichzelf betekent het weinig.
Maar dat het dier hier onder mijn borstbeen
roept als een ster en haar kent,

mijn God, dat is het harde van de liefde,
is een vallende stersteen, een geduldige zon,
is het wanhopig tasten naar menselijke tweevoud,
is de eindelijke en glanzende kalmte
van het goede bestaan op een onderworpen
en trotse en sprakeloze aarde.

Hans Andreus

Overhandig mij


overhandig mij brekend
je peilloze bloem je kust

als een dar dolzinnig drijf ik
op het aquarel van de dorst

van oe en a staat je ruimte
door mijn hijgen verzadigd

van stijgen en ademhalen
is opgestapeld mijn lichaam

en mijn stem hij dartelt en klapwiekt
als een donkere boom aan de bron

hoor dan met uw handen haast dan uw hartslag
ik ben een donkere droom in de zondag
ben de omarmende honderdman
ben een wenk in de wolken


Lucebert

maandag 21 december 2015

Meisje

Wanneer zal dan die hemelike pijn,
die niemand weet of weten zal, ten einde zijn?
Wanneer zal ik me moeten verbergen, zeer timied,
en schuchter doen, omdat een man mijn naaktheid ziet?
En wanneer zullen beter sterkre handen
m'n schouders omvatten en mijn lijf strelen,
als ik, 's avonds, van verlangen moe,
alvorens slapen gaan, wel doe.
(Dan ben ik naakt en mijn naaktheid wiegel
ik vóór de zacht-belichte spiegel, –
de elektriese lamp is gehuld in een zijde-bloedrode bloem. – )
Ik wacht en voel 't immense van mijn leed,
wijl ik slechts vaag weet mijn leven inkompleet.

Paul Van Ostaijen