Wanneer zal dan die hemelike pijn,
die niemand weet of weten zal, ten
einde zijn?
Wanneer zal ik me moeten verbergen,
zeer timied,
en schuchter doen, omdat een man mijn
naaktheid ziet?
En wanneer zullen beter sterkre handen
m'n schouders omvatten en mijn lijf
strelen,
als ik, 's avonds, van verlangen moe,
alvorens slapen gaan, wel doe.
(Dan ben ik naakt en mijn naaktheid
wiegel
ik vóór de zacht-belichte spiegel, –
de elektriese lamp is gehuld in een
zijde-bloedrode bloem. – )
Ik wacht en voel 't immense van mijn
leed,
wijl ik slechts vaag weet mijn leven
inkompleet.
Paul Van Ostaijen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten